Legt SER de basis voor samen sociaal innoveren?

 

Nederlandse bedrijven zullen samen met hun medewerkers moeten innoveren om de internationale ontwikkelingen bij te houden. Algemeen wordt onderkend dat naast technische innovaties ook sociale innovaties hierbij van belang zijn. Daarom vragen de ministeries van Sociale Zaken en Economisch Zaken advies aan de SER “Wat is er nodig is om sociale innovatie breder, succesvoller en duurzamer toe te passen in het Nederlandse bedrijfsleven?”
Op beleidsniveau lijkt het best lastig om goede antwoorden op de gestelde vragen te geven. Maar vanuit de basis c.q. het werkveld blijkt het niet zo moeilijk te zijn en kun je het beste morgen beginnen.

De door de ministeries aan de SER gestelde vragen.

A. Hoe en in welke mate kan sociale innovatie een antwoord zijn op belangrijke uitdagingen waar organisaties en werkenden mee te maken hebben? Ofwel hoe kan sociale innovatie bijdragen aan:
• verbetering van bedrijfsprestaties (inclusief groei van bedrijven)?
• ontplooiing van talent op een manier die past bij het Nederlandse bedrijfsleven en de manier van werken van nu?
• het vergroten van de wendbaarheid van organisaties?
• vergroting van de regelmogelijkheden en professionele ruimte voor werkenden?
• een inclusieve werkomgeving? Wat zijn succesfactoren en wat zijn de knelpunten voor toepassing van sociale innovatie op de werkvloer en hoe kunnen deze opgelost worden?

B. Hoe ziet de gewenste toepassing van sociale innovatie er concreet uit? Welke invloed heeft de organisatiecultuur op sociale innovatie? Hoeveel aandacht is er daarbij nodig voor een maatwerkaanpak, bijvoorbeeld voor verschillende regio’s, sectoren of samenwerkingsverbanden?

C. Welke rol kunnen de sociale partners spelen bij de stimulering van sociale innovatie? Hoe kunnen organisaties en werkenden hun verantwoordelijkheden en rol beter oppakken op het terrein van sociale innovatie? Hoe en in welke mate kan de overheid hierin faciliteren?

Dit lijken abstracte vragen waar moeilijk een eensluidend antwoord op kan worden gegeven. Nog moeilijker is het om er concrete actie aan te verbinden.

Antwoorden bekeken vanuit de basis c.q. het werkveld

Op basis van ervaringen met diverse innovatieprojecten in het verleden, waarbij naast technische innovatie ook sociale innovatie en continu verbeteren werden toegepast, is het niet moeilijk om bovenstaande vragen te beantwoorden. Met name projecten waarin op basis van action learning  samenwerking, teamvorming en intern ondernemerschap werden opgepakt kwamen de medewerkers uit het werkveld met heldere antwoorden. Aan de hand van de bovenstaande vragen geven wij enkele reacties.

A. Dankzij intern ondernemerschap krijgen medewerkers de ruimte om hun eigen werk in teamverband op te pakken. Dat willen de meeste medewerkers al langer omdat de klanten daarom vragen. Voorwaarde is wel dat het `control management` op een positieve wijze wordt omgebouwd naar meer coachend management.

B. Iedereen denkt dat sociale innovatie een zachte aanpak is. Maar bij sociale innovatie gaat het vooral over gedrag, houding en onderling vertrouwen. In een technische omgeving waar normaliter de innovaties nogal technisch benaderd worden is dit voor de directies en het management een nieuwe wereld. Jongere maar ook oudere medewerkers in het werkveld zijn steeds beter opgeleid en willen graag meer vrijheid en verantwoordelijkheid. Zij willen naar een nieuwe aanpak en andere werkcultuur.

C. Een slimme directie geeft het management en de medewerkers de ruimte zich meer ondernemend te ontwikkelen. Naar onze ervaring is mentale en financiële ondersteuning zinvol. Het destijds opgeheven NCSI (Nederlands Centrum Sociale Innovatie) heeft hier een goede bijdrage aan geleverd.

Slotsom is doen!

Onze slotsom is dat innovatie veelal begint met een aantal technische innovatievormen. Maar de organisatie zal de technische vernieuwingen moeten oppakken en uitvoeren. Het implementeren van ogenschijnlijke geslaagde technische innovaties blijkt in de praktijk vaak te mislukken. Beter is het daarom innoveren en continu verbeteren van producten, processen en organisatie structuur en -cultuur in onderling verband op te pakken.
Mensen die direct te maken hebben met de veranderingen in de markt en met de nieuwe klantbehoefte willen het liefste morgen beginnen. DOEN!!!!!!!!

Wouter Jansen/15-12-2020

Recent Posts